Diversify! een column door Mirjam Westen

Veel cultuurinstellingen onderkennen het belang ervan, maar tegelijkertijd “is er sprake van een zekere vrijblijvendheid als het om culturele diversiteit gaat”. Binnen de kunstwereld in Nederland is overwegend sprake van een “ blanke monocultuur”. Dit zijn maar een paar van de scherpe conclusies van het rapport De Olifant in de kamer. Staalkaart culturele diversiteit in de basisinfrastructuur’ uit 2009. Op basis hiervan werd de Code Culturele Diversiteit ontwikkeld, gericht op de vier P’s: Publiek, Programma, Personeel en Partners.

Tien jaar later heeft dit onderwerp nog niets aan relevantie én urgentie verloren. Diversiteit en inclusiviteit komen al jarenlang terug in beleidsnotities, toch verandert er weinig. Mensen ‘van kleur’ herkennen zich niet als ze kunst en cultuurinstellingen bezoeken en zij voelen zich daardoor niet welkom. “Ook ik wil mezelf tegenkomen op de muren van het Stedelijk of het Rijks. En dan niet alleen als page…”, zo vatte regisseur en schrijver Neske Beks haar ongenoegen over de ‘witte canon’ samen, in tijdschrift Museumvisie in 2016. In soortgelijke bewoordingen uitte Harriet Duurvoort haar kritiek onlangs in De Volkskrant: “Kunst verheft, maar vooral ook kunst waarin je iets van je eigen achtergrond herkent, zeker in een samenleving waarin die achtergrond vaak negatief wordt geduid.”

Herkenning bieden was een belangrijk uitgangspunt voor het Zuid-Afrikaanse team van curatoren dat vorig jaar zomer de Berlijn Biënnale samenstelde. Onder de titel “We Don’t Need Another Hero” (geïnspireerd op het lied waarmee Tina Turner furore maakte in 1985) streefde hoofdcurator Gabi Ngcobo niet naar een representatief overzicht. Evenmin wilde zij de bezoeker de les lezen over het postkolonialisme. De curatoren beoogden een tentoonstelling “waarin zij zichzelf weerspiegeld zien”. De kunst van de Afrikaanse diaspora had een belangrijke plaats in hun selectie. Er was zoveel aandacht in de pers voor het feit dat het curatorenteam “all black” was, dat er verder niet werd gerept over een ander onderscheidend aspect van hun selectie: ik telde meer dan 80% vrouwelijke kunstenaars! Met – voor mij – vele verrassende onbekenden ((Mildred Thompson), als bekenden (Dineo Bopape).

Niet alleen op (inter)nationale kunst biënnales is er meer ruimte om anderen dan ‘the usual suspects’ aan het woord te laten, ook in de museale wereld vinden verschuivingen plaats die verder strekken dan goede voornemens. Het Baltimore Museum of Art bij voorbeeld, ontzamelde vorig jaar zeven werken van onder anderen Franz Kline, Robert Rauschenberg en Andy Warhol uit de collectie en liet ze veilen. Met de opbrengst ervan kocht het museum 23 werken van vrouwelijke kunstenaars en ‘artists of colour ‘. Musea realiseren zich vaker dat zij niet voorbij kunnen gaan aan incomplete geschiedenissen en aan eenzijdige visies, zo verdedigde directeur Chris Bedford zijn beslissing. “Door werk aan te kopen van belangrijke zwarte en vrouwelijke kunstenaars in Amerika en significante werken uit Korea, China, Mexico en Japan, hopen wij op systematische wijze de omissies in de collectie te benaderen, alsook de canon en historische narratieven via kunst uit te breiden.”

De ontzameling werd in de pers al snel uitgemeten met koppen als “Move to Deaccession Works by White Men to Diversify Its Collection” en leidde tot een storm van protest. Het museum antwoordde daarop dat het werk dat werd afgestoten min of meer een herhaling was van ander “more significant” werk van dezelfde kunstenaar in de collectie. Het Baltimore maakte letterlijk ruimte en is 23 schitterende werken rijker, van onder anderen Njideka Akunyili Crosby, Amy Sherald, Wangechi Mutu, Yun-Fei Ji, Kenji Nakahashi en Chuck Ramirez.

Ook MOMA in New York laat weten zijn beleid aan te passen. Of het ook werken uit de collectie gaat afstoten is mij niet bekend, wel dat het komende zomer zijn deuren sluit om de uitbreiding van het gebouw te voltooien én in de ‘rehang’ meer aandacht te besteden aan kunst van vrouwen en van bevolkingsgroepen als Latino’s, Aziaten en Afro-Amerikanen. Vanaf eind jaren zestig wordt op de stoepen van musea in Amerika geprotesteerd tegen ‘eenzijdig’ tentoonstellings- en aankoopbeleid, hopelijk worden de kunstinstellingen nu eindelijk kleurrijker!